Cisco CLI Commando's
jatoch
Inhoudsopgave
- 1. Inleiding tot Cisco IOS CLI
- 2. Command Modes
- 3. Basis Setup en Navigatie
- 4. Configuratie van Interfaces en VLAN’s
- 5. Beveiliging en Toegang
- 6. Routing en NAT
- 7. Monitoring en Troubleshooting (Show Commando’s)
- 8. Geavanceerde Functies
- 9. VTP
- 10. VLAN – Praktijkvoorbeeld
- 11. Spanning Tree Protocol (STP)
- 12. Tips en Veelgemaakte Fouten
1. Inleiding tot Cisco IOS CLI
Cisco IOS (Internetwork Operating System) is de besturingssysteem-software die op Cisco-switches en routers draait. De Command-Line Interface (CLI) is de meest gebruikte en krachtigste manier om de switch te configureren.
Je kunt op twee manieren verbinden:
- Console: Via een seriële kabel (blauwe rolkabel) en een programma zoals PuTTY. Instellingen: 9600 baud, 8 data bits, 1 stop bit, geen parity, geen flow control.
- Telnet of SSH: Voor toegang op afstand. Hiervoor moet je eerst een IP-adres op de switch zetten (meestal op VLAN 1).
Stappen om te beginnen:
- Verbind met de switch (console of netwerk).
- Je ziet de prompt
Switch>. Typ enable om naar de bevoegde modus te gaan (Switch#). - Typ configure terminal (of kortweg conf t) om in de globale configuratiemodus te komen (
Switch(config)#).
2. Command Modes
Cisco gebruikt een hiërarchie van modi. Elk commando werkt alleen in de juiste modus. Gebruik exit om één niveau terug te gaan, end of Ctrl+Z om direct naar de privileged modus (#) te springen.
- User EXEC Mode (
Switch>): Basiscommando's zoals ping, show version. Je kunt weinig veranderen. - Privileged EXEC Mode (
Switch#): Toegang tot alle show-commando's en geavanceerde acties. Ga hierheen met enable. - Global Configuration Mode (
Switch(config)#): Hier stel je algemene instellingen in zoals hostname, wachtwoorden. Ga hierheen met configure terminal. - Interface Configuration Mode (
Switch(config-if)#): Configureer een specifieke poort of VLAN-interface. Ga hierheen met interface FastEthernet0/1 of interface vlan 10. - Line Configuration Mode (
Switch(config-line)#): Stel wachtwoorden in voor console of VTY (Telnet/SSH). Ga hierheen met line console 0 of line vty 0 4. - VLAN Configuration Mode (
Switch(config-vlan)#): Maak en noem VLAN's. Ga hierheen met vlan 30. - Router Configuration Mode (
Switch(config-router)#): Configureer routing-protocollen zoals OSPF. Ga hierheen met router ospf 1.
Voorbeeld van navigeren:
Switch> enable Switch# configure terminal Switch(config)# interface GigabitEthernet0/1 Switch(config-if)# exit Switch(config)# end Switch#
3. Basis Setup en Navigatie
hostname instellenVerander de naam van de switch zodat hij herkenbaar is in logs, prompts en netwerktools. Dit is een van de eerste dingen die je altijd doet.
Switch# configure terminal Switch(config)# hostname CoreArnhemenable password
Stel een eenvoudig wachtwoord in voor toegang tot de privileged modus (#). Dit is plaintext en niet veilig – gebruik liever enable secret.
Switch(config)# enable password cisco123enable secret
Veiliger alternatief: dit wachtwoord wordt gehasht (MD5) opgeslagen. Gebruik dit altijd in plaats van enable password.
Switch(config)# enable secret SuperGeheim2026!service password-encryption
Alle plaintext wachtwoorden in de configuratie (zoals line passwords) worden versleuteld weergegeven. Handig als iemand de config ziet.
Switch(config)# service password-encryptionbanner motd
Toon een waarschuwingsbericht zodra iemand inlogt. Gebruik # (of een ander teken) als begin- en eindteken. Dit is juridisch belangrijk.
Switch(config)# banner motd #WAARSCHUWING: Ongeautoriseerde toegang verboden!#ip domain-name
Stel een domeinnaam in. Dit is nodig voor SSH-key generatie en DNS-naamresolutie op de switch zelf.
Switch(config)# ip domain-name solarplex.localreload
Herstart de switch volledig. Gebruik dit na belangrijke wijzigingen om te testen of alles behouden blijft.
Switch# reloadcopy running-config startup-config
Sla de huidige werkende configuratie op in het niet-vluchtige geheugen (NVRAM). Doe dit ALTIJD na wijzigingen, anders ben je alles kwijt na reboot!
Switch# copy running-config startup-configerase startup-config
Verwijder de opgeslagen configuratie. Na een reload start de switch dan weer als nieuw (factory default).
Switch# erase startup-config
4. Configuratie van Interfaces en VLAN’s
interface selecterenGa naar de configuratiemodus van een specifieke interface (poort, VLAN, etc.). Dit is de eerste stap voor bijna alle interface-wijzigingen.
Switch(config)# interface FastEthernet0/1ip address
Geef een interface (meestal een VLAN-interface) een IP-adres en subnetmasker. Dit is nodig voor management of inter-VLAN routing.
Switch(config)# interface vlan 1 Switch(config-if)# ip address 10.10.0.2 255.255.255.0no shutdown
Activeer de interface administratief (breng hem omhoog). Zonder dit blijft de poort of VLAN down, zelfs als hij fysiek aangesloten is.
Switch(config-if)# no shutdownshutdown
Schakel de interface uit (administratief down). Handig om tijdelijk een poort uit te zetten zonder kabel te verwijderen.
Switch(config-if)# shutdownduplex
Stel in of de verbinding full-duplex (beide kanten tegelijk) of half-duplex is. Auto laat de switch onderhandelen met de andere kant.
Switch(config-if)# duplex fullspeed
Stel de snelheid van de poort in Mbps in. Auto is meestal het veiligst, maar soms moet je het forceren. FastEthernet port (Fa) is 100 Mbps en GigabitEthernet (G) is 1000 Mpbs
Switch(config-if)# speed 1000vlan
Maak een nieuwe VLAN aan en geef hem een naam. Dit is nodig om VLAN's te gebruiken voor segmentatie.
Switch(config)# vlan 30 Switch(config-vlan)# name Productieswitchport mode access
Maak van een poort een access-poort. Dit is voor eindapparaten zoals computers en printers – verkeer is untagged.
Switch(config-if)# switchport mode accessswitchport access vlan
Wijs een VLAN toe aan een access-poort. Apparaten op deze poort horen nu bij dat VLAN.
Switch(config-if)# switchport access vlan 30switchport mode trunk
Maak van een poort een trunk-poort. Dit is voor verbindingen tussen switches of naar routers – meerdere VLAN's worden getagged doorgestuurd.
Switch(config-if)# switchport mode trunkswitchport trunk allowed vlan
Beperk welke VLAN's over de trunk mogen. Standaard gaan alle VLAN's door, maar dit is veiliger en efficiënter.
Switch(config-if)# switchport trunk allowed vlan 30,40,50switchport trunk native vlan
Stel de native (untagged) VLAN in op een trunk. Verkeer zonder tag hoort bij deze VLAN. Standaard is VLAN 1.
Switch(config-if)# switchport trunk native vlan 1no vlan
Verwijder een VLAN volledig. Zorg eerst dat er geen poorten meer in zitten, anders krijg je een fout.
Switch(config)# no vlan 30
5. Beveiliging en Toegang
Beveilig je switch tegen ongeautoriseerde toegang.
username admin privilege 15 secret sterkwachtwoord line console 0 password consoleww login line vty 0 4 password telnetww login switchport port-security switchport port-security maximum 2 switchport port-security mac-address sticky switchport port-security violation shutdown access-list 150 deny ip 10.10.50.0 0.0.0.255 10.10.30.0 0.0.0.255 ip access-group 150 in
6. Routing en NAT
ip route 10.10.30.0 255.255.255.0 10.10.0.1 ip route 0.0.0.0 0.0.0.0 86.0.0.1 router ospf 1 network 10.0.0.0 0.255.255.255 area 0 ip nat inside ip nat outside
7. Monitoring en Troubleshooting (Show Commando’s)
show running-config show startup-config show version show ip interface brief show interfaces GigabitEthernet0/1 show vlan brief show interfaces trunk show mac address-table show vtp status show port-security interface FastEthernet0/1 show access-lists 150 show cdp neighbors detail show ip route show logging show spanning-tree
8. Geavanceerde Functies
DHCP Pool configureren (op Core/Layer 3 Switch)Maak DHCP pools per VLAN, zodat clients automatisch een IP krijgen. Exclude eerst de gateway en vaste IP's.
! Stap 1: Excluded addresses (deze IP's worden NIET uitgedeeld) Switch(config)# ip dhcp excluded-address 10.10.30.1 10.10.30.50 ! Voor VLAN 30 Switch(config)# ip dhcp excluded-address 10.10.40.1 10.10.40.50 ! Voor VLAN 40 Switch(config)# ip dhcp excluded-address 10.10.50.1 10.10.50.50 ! Voor VLAN 50 ! Stap 2: DHCP pool aanmaken voor VLAN 30 (Productie) Switch(config)# ip dhcp pool VLAN30 Switch(dhcp-config)# network 10.10.30.0 255.255.255.0 Switch(dhcp-config)# default-router 10.10.30.1 Switch(dhcp-config)# dns-server 62.36.55.85 Switch(dhcp-config)# domain-name solarplex.local Switch(dhcp-config)# lease 0 8 ! lease 8 uur Switch(dhcp-config)# exit ! Stap 3: Herhaal voor VLAN 40 (Marketing) Switch(config)# ip dhcp pool VLAN40 Switch(dhcp-config)# network 10.10.40.0 255.255.255.0 Switch(dhcp-config)# default-router 10.10.40.1 Switch(dhcp-config)# dns-server 62.36.55.85 Switch(dhcp-config)# exit ! Stap 4: Controle commando's Switch# show ip dhcp pool Switch# show ip dhcp binding Switch# show ip dhcp server statisticsTip: Zorg dat ip routing aanstaat (ip routing) en dat de SVI (interface vlan X) up/up is met het juiste IP als default-gateway. VTP
VTP Domain + Hostname instellen
Switch(config)# vtp domain SOLAR Switch(config)# hostname CoreSwitch01Root switch maken & vinden
Maak deze switch root voor alle VLAN's (of check met show spanning-tree)
Switch(config)# spanning-tree vlan 1,5,10,20,30,40,50,1002,1003,1004,1005 root primaryConfigureer de trunk poorten en laat alleen de VLAN's door
Trunk poort instellen + alleen gewenste VLAN's toestaan
Switch(config)# interface GigabitEthernet0/1 Switch(config-if)# switchport mode trunk Switch(config-if)# switchport trunk allowed vlan 1,5,10,20,30,40,50 Switch(config-if)# no shutdown
LLDP – Link Layer Discovery Protocol
LLDP is een vendor-neutraal protocol (IEEE 802.1AB) waarmee Cisco-switches (en andere apparaten) informatie uitwisselen over zichzelf en hun buren. Het is vergelijkbaar met Cisco's CDP, maar werkt ook met apparaten van andere merken (zoals HP, Juniper, etc.).
Waarom is LLDP handig?
- Je ziet precies welke switch/router aan welke poort hangt (buren ontdekken).
- Handig bij troubleshooting: je ziet hostname, poortnaam, VLAN, IP-adres, platform, etc.
- Veiliger dan CDP omdat je het kunt beperken of uitschakelen per poort.
Schakel LLDP globaal in als het uitstaat, en/of per interface. LLDP run moet dan aan beide kant uitgevoerd.
Switch(config)# lldp run ! globaal aanzetten Switch(config)# interface GigabitEthernet0/1 Switch(config-if)# lldp transmit ! verstuur LLDP-pakketten op deze poort Switch(config-if)# lldp receive ! ontvang LLDP-pakketten op deze poortBelangrijkste show-commando's voor LLDP
De meest gebruikte commando's om buren te zien.
Switch# show lldp neighbors ! overzicht van alle buren (tabelvorm) Switch# show lldp neighbors detail ! uitgebreide info (IP, platform, poort, VLAN, etc.) Switch# show lldp neighbors GigabitEthernet0/1 ! alleen info over buren op specifieke poort Switch# show lldp interface ! status per interface (transmit/receive aan/uit?) Switch# show lldp traffic ! statistieken (aantal ontvangen/verzonden pakketten)Voorbeeld output van show lldp neighbors detail
Dit laat zien wat je echt ziet als het werkt.
------------------------------------------------ Local Intf: Gi0/1 Chassis id: 0018.73ab.cdef Port id: Gi0/2 Port Description: GigabitEthernet0/2 System Name: SW2-Arnhem System Description: Cisco Catalyst 2960X Switch Capabilities: Switch Management Addresses: 10.10.0.3 VLAN: 10 TTL: 120 secondsLLDP uitschakelen (voor veiligheid)
Op gevoelige poorten of als je CDP/LLDP niet wilt gebruiken.
Switch(config)# no lldp run ! globaal uit Switch(config-if)# no lldp transmit ! alleen op deze poort uitTip: LLDP en CDP kunnen tegelijk aan staan. Gebruik LLDP als je met niet-Cisco apparaten werkt, anders is CDP vaak voldoende (maar CDP is Cisco-only).
9. VTP
Gebruik VTP alleen als je het netwerk goed beheerst. Een fout kan alle VLAN’s verwijderen.
VTP configuratieSwitch> enable Switch# configure terminal Switch(config)# vtp domain SOLAR Switch(config)# vtp mode server # of client / transparent Switch(config)# vtp version 2 Switch(config)# hostname CoreSwitch01VLAN aanmaken (op server)
Switch(config)# vlan 30 Switch(config-vlan)# name Productie Switch(config-vlan)# exitResultaat
- VLAN 30 wordt automatisch doorgestuurd naar alle VTP clients in dezelfde domain
- Clients krijgen VLAN’s, maar kunnen ze niet aanpassen
Switch# show vtp status Switch# show vlan brief Switch# show interfaces trunkVeelgemaakte VTP fouten
- Domain naam klopt niet → Geen synchronisatie
- Verkeerde revision number → Zet eerst in transparent mode
- Trunk vergeten → VTP werkt niet over access poorten
- Gebruik transparent als standaard
- Maximaal één VTP server
- Stel eerst domain en mode in vóór trunks aansluiten
- Controleer altijd show vtp status
- Sla config op: copy running-config startup-config
10. VLAN – Praktijkvoorbeeld
VLAN aanmakenSwitch> enable Switch# configure terminal Switch(config)# vlan 10 Switch(config-vlan)# name Sales Switch(config-vlan)# exit Switch(config)# vlan 20 Switch(config-vlan)# name IT Switch(config-vlan)# exitPoorten toewijzen
Switch(config)# interface FastEthernet0/1 Switch(config-if)# switchport mode access Switch(config-if)# switchport access vlan 10 Switch(config-if)# no shutdown Switch(config-if)# exitTrunk instellen
Switch(config)# interface GigabitEthernet0/1 Switch(config-if)# switchport mode trunk Switch(config-if)# no shutdown Switch(config-if)# exitVLAN IP toevoegen
Switch(config)# interface vlan 10 Switch(config-if)# ip address 192.168.10.1 255.255.255.0 Switch(config-if)# no shutdown Switch(config)# ip default-gateway 192.168.1.1 Switch(config)# end Switch# copy running-config startup-configControle
Switch# show vlan brief Switch# show interfaces trunk
11. Spanning Tree Protocol (STP)
Spanning Tree Protocol voorkomt netwerk loops tussen switches. Loops zorgen voor broadcast storms en kunnen het hele netwerk platleggen. STP schakelt automatisch overbodige verbindingen uit.
Wat doet STP
- STP kiest één centrale switch, de root bridge
- Alle switches berekenen het beste pad naar de root
- Extra paden worden geblokkeerd
- Bij een storing wordt een geblokkeerd pad actief
Belangrijke begrippen
- Root bridge. Centrale switch
- Bridge ID. Priority plus MAC-adres
- Root port. Beste pad richting root
- Designated port. Actieve poort per segment
- Blocked port. Verkeer wordt tegengehouden
Hoe kiest STP de root bridge
De switch met de laagste Bridge ID wordt root. Bridge ID bestaat uit priority en MAC-adres. Priority is belangrijker dan MAC.
Commando: spanning-tree vlan 1 priority 0
Met dit commando maak je deze switch root bridge voor VLAN 1. Priority 0 is de laagst mogelijke waarde. Deze switch wint altijd de STP-verkiezing.
Switch(config)# spanning-tree vlan 1 priority 0
Gevolg:
- Deze switch wordt root bridge
- Andere switches passen hun poorten aan
- Onnodige links worden geblokkeerd
Gebruik dit alleen op de core of hoofd-switch.
Alternatief: automatisch root maken
Switch(config)# spanning-tree vlan 1 root primary
Cisco kiest zelf een lage priority. Dit is veiliger als je niet exact wilt rekenen.
Commando: show spanning-tree
Met dit commando controleer je de STP-status.
Switch# show spanning-tree
Wat zie je in de output
- Welke switch de root bridge is
- De priority en MAC van de root
- Welke poort root port is
- Welke poorten blocked zijn
- Voor welk VLAN STP actief is
Voorbeeld output
Root ID Priority 0
Address 001a.2b3c.4d5e
Interface Role Sts Cost
Gi0/1 Root FWD 4
Gi0/2 Desg FWD 4
Gi0/3 Altn BLK 4
Uitleg voorbeeld
- Priority 0 betekent root bridge
- Gi0/1 is de root port
- Gi0/3 is geblokkeerd om een loop te voorkomen
STP per VLAN
STP werkt per VLAN. Je kunt per VLAN een andere root instellen.
Switch(config)# spanning-tree vlan 10 priority 4096 Switch(config)# spanning-tree vlan 20 priority 8192
Veelgemaakte fouten bij Datacom
- Access switch root laten worden
- Geen controle met show spanning-tree
- Verkeerde VLAN root instellen
- Trunk links vergeten
Datacom tentamen tips
- Weet waarom STP nodig is
- Begrijp root bridge en priority
- Herken root, designated en blocked ports
- Weet wat show spanning-tree laat zien
12. Tips en Veelgemaakte Fouten
- Sla altijd op! Vergeet niet copy run start (of wr) – anders verlies je alle wijzigingen bij een herstart of stroomuitval.
- Controleer altijd de juiste modus: veel commando's werken alleen in config-modus (bijv. ip address alleen in interface-modus).
- Trunk-poorten: vergeet niet switchport trunk allowed vlan add 30,40 – standaard laat een trunk alleen VLAN 1 door, dus andere VLAN's komen niet aan.
- ACL's: regels worden van boven naar beneden gelezen. Zet specifieke denies bovenaan, eindig altijd met permit any any, anders blokkeer je alles.
- Test na elke wijziging: gebruik ping, traceroute, show interfaces status, show vlan brief om te controleren of alles werkt.
- Veiligheid eerst: gebruik nooit alleen enable password (plaintext), maar altijd enable secret. Gebruik SSH in plaats van Telnet (Telnet stuurt wachtwoorden in plain text).
- Leer de show-commando's: show run, show vlan brief, show interfaces trunk, show vtp status en show spanning-tree zijn je beste vrienden bij troubleshooting.
Cisco Packet Tracer configuratie - W2
Hieronder staat per stap de Cisco IOS-configuratie die je direct in Packet Tracer kunt invoeren.
Config
Ga op DS-C naar de CLI.
Config
show running-config
exit